Pensioen gekozen, bedragen toch anders: Hoe kan dat?

Je gaat bijna met pensioen. Aan de ene kant iets om naar uit te kijken: meer tijd voor je partner en (klein)kinderen en meer tijd voor je hobby’s en vrijwilligerswerk. Aan de andere kant ga je je werk misschien missen: je collega’s, de verantwoordelijkheden. Een half jaar voordat je met pensioen gaat, maak je pensioenkeuzes. Hoe wil je jouw pensioen inrichten? Ga je vóór je AOW-leeftijd en kies je voor een overbrugging? Wil je de eerste 5 of 10 jaar meer pensioen en daarna minder? Of maak je nog andere keuzes? Belangrijke keuzes, waar we je graag bij helpen. Naast bellen of e-mailen met de pensioendesk hebben we handige tools zoals de pensioenplanner in Mijn Pensioen maar ook bijvoorbeeld de Pensioenwegwijzer. Maar krijg je nu wat je ziet? Kort voor je pensioen (en in hetzelfde jaar) wel. Maar als je langer van tevoren je pensioen kiest, kunnen er nog wijzigingen in komen. Dat komt door de omrekenfactoren.

Wat zijn omrekenfactoren?

Omrekenfactoren zijn factoren aan de hand waarvan je definitieve pensioen wordt berekend. Ze worden elk jaar aangepast. Stel: je hebt €10.000 ouderdomspensioen opgebouwd. Wat betekent dat dan? Hoeveel pensioen krijg je dan daarvan je leven lang? Dat is afhankelijk van onder andere de rentestand. We berekenen je pensioen met omrekenfactoren. Maak je je pensioenkeuzes in het jaar voor het jaar dat je met pensioen gaat, dan krijg je een iets ander pensioen. Omdat de omrekenfactoren zijn veranderd. Het kan in je voordeel maar ook in je nadeel zijn. Bekijk de 2 voorbeelden.

Voorbeelden:

1.       Je berekent dit jaar je pensioen voor volgend jaar, je bent nu 63. Slim om dit nu al te berekenen, want dat weet je straks waar je aan toe bent! Volgend jaar ben je 64 als je met pensioen gaat. Omdat je eerder met pensioen gaat dan de pensioenrichtleeftijd van 68 jaar is de omrekenfactor in 2020 0,803. Dat betekent dat je voor iedere 1.000 ouderdomspensioen per jaar 803  ouderdomspensioen per jaar krijgt. Volgend jaar is de omrekenfactor iets anders. Die weten we nu nog niet, maar stel dat de omrekenfactor in 2021 0,800 is. Dan krijg je niet die 803 uit de berekening van 2020 maar €800. En als de omrekenfactor bijvoorbeeld 0,805 is, dan krijg je volgend jaar per €1000 opgebouwd pensioen juist iets meer, namelijk €805.

 

Als je eerder met pensioen gaat moet je pensioen langer betaald worden én bouw je minder pensioen op. Daarom is de omrekenfactor lager naarmate je eerder met pensioen gaat. Andersom geldt het ook: Ga je later met pensioen? Dan krijg je juist meer pensioen, de omrekenfactor is dan hoger dan de factor op pensioenrichtleeftijd van 68 jaar.

  

2.       Je berekent je pensioen in het jaar dat je ook met pensioen gaat. Dan krijg je de bedragen die je ziet in de pensioenplanner. Je vindt de pensioenplanner in Mijn Pensioen, je persoonlijke omgeving op onze website.

Wil je precies weten hoe we die omrekenfactoren berekenen? En wie erover besluit? Lees dan ons pensioenreglement. En laat je niet afschrikken door het woord ‘reglement’, ook die is in begrijpelijke taal geschreven. 

Moet ik wachten met mijn pensioen berekenen?

Nee, dat moet je juist niet doen. Het is nooit te vroeg om inzicht te krijgen. Pas als je inzicht hebt, weet je wanneer het voor de jou meest ideale situatie is om met pensioen te gaan. Ga dus vooral met de pensioenplanner aan de slag. Weet wat je later ongeveer krijgt en maak alle mogelijke keuzes. Houd er rekening mee dat het uiteindelijke bedrag dus wel kan afwijken, dat heb je hierboven gelezen.

Nooit meer iets missen? Meld je aan voor de Nieuwsflits

Lees het laatste nieuws en ontwikkelingen. Bekijk eerder verschenen Nieuwsflits edities:

  • blijf op de hoogte van de financiële ontwikkelingen
  • schrijf je als eerste in voor de nieuwste webinars
  • krijg tips en leuke weetjes over pensioenzaken
Meld je aan Bekijk de laatste Nieuwsflits

Title